World war II, the beginning, a poem

original text from Derek Jan Otten, in Dutch is beneath.

In the name of anyone who was killed, or was left alone
When infernal whistling ink spots made history on a blank city
Nobody was found death that day, because nobody was looking
One lived only in a city/fortress blown into waste, which till then was bravely fighting

zadkine2

Hands raised up to heaven, without heart no reanimation,
But if the city died that day, she proved the existence of reincarnation
Those who went from hands to heaven to hands on the plow
Who went from horror to emerge, from mourning to building
In name of anyone who decided to help, then
In the name of anyone who decided to do the apparently impossible things
Eyewitnesses disappear quietly, but here the story keeps on building
Look, the battered harbour-city reborn
They preceded, we push through
Stories and history will never disappear,
In name of steady work, straightened backs,
Not a bed of roses but building bridges
Through the eye of the needle and a hole in time
Weaker because of then, stronger through struggle,
That abstract look and romanticized rawness just are the heritage
Black and white images of your city of birth learn about a city in shards

laurens 1940_2

Our screams in cranes, our pain created houses and office buildings as pillars breaking through the sky
Form abominably to phenomenal, a huge city where time keeps ticking
In the name of heavy charges, infeasible ideals and unbridled dreams
In the name of the people of Rotterdam, who were, are and will be
In the name of north and east, from south directly to west,
In the name of not special, but different from others,
In the name of May 14th 1940, and more what came after that
In the name of former times we live in the future, Rotterdam

Markthal

In naam van een ieder die het leven liet, of alleen achter is gebleven
toen hels fluitende inktvlekken op een onbeschreven stad geschiedenis schreven
Niemand vond de dood die dag, want er werd niet naar gezocht
men leefde slechts in een tot resten geblazen veste die tot dan toe dapper vocht
handen naar de hemel geheven, zonder hart geen reanimatie
maar als de stad die dag overleed vormde zij het bewijs van reïncarnatie
zij die van handen naar de hemel naar klauwen uit de mouwen gingen
die van afgrijzen naar oprijzen en van rouwen naar bouwen gingen
in naam van iedereen die besloot te helpen toen
in naam van iedereen die het ogenschijnlijk onmogelijke gewoon besloot te doen
ooggetuigen verdwijnen stilletjes, maar het verhaal blijft hier in aanbouw
aanschouw, de gehavende havenstad herboren
zij gingen voor, wij zetten door
voor later gaan de verhalen nooit verloren
In naam van noeste arbeid, rechte ruggen
Van niet over rozen maar over bruggen
Door het oog van de naald en een gat in de tijd
Zwakker door toen, sterker door strijd
Die abstracte aanblik en geromantiseerde rauwheid hierzo vormen slechts de erfenis
Zwartwit beelden van je geboortegrond leren je wat een stad in scherven is

Ons gekrijs ging in hijskranen, onze pijn vormde woningen en kantoren als pijlers die de horizon doorprikken,
Van abominabel naar fenomenaal een kolossale stad, waar de tijd blijft doortikken
In naam van zware lasten, onhaalbare idealen en tomeloze dromen
In naam van rotterdammers die waren, zijn en komen
In naam van noord tot oost, van zuid zo door naar west
In naam van niet bijzonder, maar wel anders dan de rest.
In naam van 14 mei 1940, en vooral van wat daarna kwam
In naam van vroeger wonen wij in de toekomst, Rotterdam

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s